Het in rook opgaan van de rookruimte

Download PDF

Enkele dagen geleden werd bekend dat rookruimtes bij horecagelegenheden gesloten moeten worden. Waar komt dat vandaan? Wie heeft dit beslist? En wanneer wordt er gehandhaafd? Allemaal vragen die hieronder aan bod komen.

Het Hof Den Haag heeft op 13 februari 2018 een arrest gewezen dat bepaalt dat rookruimtes in horeca-inrichtingen niet toegestaan zijn. De staat heeft tegen dit arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft vervolgens op 27 september 2019 arrest gewezen. De Hoge Raad heeft het arrest van het hof bevestigd. Rookruimtes in horeca-inrichtingen zijn volgens de Hoge Raad niet toegestaan.

Juridische achtergrond van de twee arresten

Op 1 juli 2008 is in Nederland het rookverbod voor de horeca ingevoerd. In artikel 6.2 lid 1 sub b van het Tabaks- en rookwarenbesluit is een uitzondering op dit rookverbod vastgelegd voor (afsluitbare) rookruimtes.

De Nederlandse Nietrokers verenging CAN was het daar niet mee eens en heeft zowel bij de rechtbank (Rechtbank Den Haag 14 september 2016) als bij het hof en de Hoge Raad een verklaring voor recht gevorderd dat de uitzondering van het rookverbod op rookruimtes (artikel 6.2 lid 1 sub b van het Tabaks- en rookwarenbesluit) onrechtmatig en overbindend is wegens strijd met hoger recht (artikel 8 lid 2 van het kaderverdrag van de World Health Organization inzake tabaksontmoediging (WHO-Kaderverdrag), voor zover die uitzondering van toepassing is op voor het publiek toegankelijke ruimtes.

Artikel 8 WHO-Kaderverdrag verplicht tot een effectieve bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook in (onder meer) openbare gebouwen. Deze bescherming geldt voor eenieder die deze ruimtes betreedt of wil betreden. Dit is reeds eerder door de Hoge Raad bepaald in zijn arrest van 10 oktober 2014. In dit arrest verklaarde de Hoge Raad de uitzondering op het rookverbod onverbindend voor kleine cafés.

Gerechtshof Den Haag

Het Hof heeft nog eens vastgesteld dat horeca-inrichtingen openbare gebouwen zijn en dat er geen veilige mate van blootstelling aan tabaksrook bestaat. De bescherming is volgens het Hof Den Haag pas effectief indien iedere vorm van blootstelling aan rook wordt uitgesloten.

Volgens het hof brengt artikel 8 WHO-Kaderverdrag een verplichting met zich mee dat eenieder die een horeca inrichting betreedt (of wil betreden) gevrijwaard moet zijn van iedere mate van blootstelling aan tabaksrook.

Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat de uitzondering van artikel 6.2 lid 1 sub b van het Tabaks-en rookwarenbesluit, voor zover zij van toepassing is op horeca-inrichtingen in de zin van artikel 1 van de Tabaks- en rookwarenwet, onrechtmatig en overbindend is wegens strijd met artikel 8 lid 2 WHO-Kaderverdrag. Door het toestaan van rookruimtes in horeca-instellingen wordt niet de door artikel 8 lid 2 WHO-Kaderverdrag geëiste bescherming geboden. Het gaat dus om horeca-inrichtingen in de zin van artikel 1 van de Tabaks- en rookwarenwet.

CAN heeft zich in de procedure bij het hof nog op het standpunt gesteld dat haar vordering niet alleen betrekking had op horeca-inrichtingen maar ook op alle andere “indoor public places” (openbare gebouwen). Dit onderdeel van de vordering wordt door het Hof Den Haag afgewezen aangezien de vordering door CAN uitsluitend is toegelicht aan de hand van horeca-inrichtingen.

De Hoge Raad

De Hoge Raad wijst er in zijn arrest dan ook op dat het hof de verklaring voor recht dat sprake is van strijd met artikel 8 lid 2 WHO-Kaderverdrag heeft beperkt tot horeca-inrichtingen. In zijn arrest van 27 september 2019 sluit de Hoge Raad zich geheel aan bij het arrest van het hof. Voor rookruimtes in horeca-instellingen geldt volgens de Hoge Raad de bescherming van artikel 8 lid 2 WHO-Kaderverdrag.

Gevolgen van deze twee arresten

Overtreding van het rookverbod in een horeca-inrichting wordt in beginsel bestraft met een bestuurlijke boete van € 600,– (per waargenomen overtreding). Deze boete kan verhoogd worden bij opvolgende overtredingen. Alleen bij niet-ernstige overtredingen van het rookverbod wordt eerst een waarschuwing gegeven.

De staatsecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid schrijft in zijn kamerbrief van 27 september 2019 aan de Tweede Kamer:

“De uitspraak zet echter een streep door de reeds gemaakte afspraken met Koninklijke Horeca Nederland (KHN) die inhouden dat de rookruimtes in de horeca in 2022 dienen te worden gesloten. Over het feit dat we wederzijds die afspraken niet kunnen nakomen, ben ik niet onverdeeld enthousiast. Ik ga op korte termijn met betrokken partijen, zoals de KHN en de NVWA in gesprek, zodat ik in oktober zo veel mogelijk helderheid kan bieden over de gevolgen van de uitspraak. Handhaving van het verbod is praktisch niet van de ene op de andere dag in gang te zetten. Ik bespreek met de NVWA wat op dit vlak realistisch zou zijn. Ik zal uw Kamer medio oktober nader informeren. Tot die tijd vindt er geen handhaving plaats door de NVWA.”

Tot medio oktober 2019 zal dus niet gehandhaafd worden door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Het gevolg van het arrest van de Hoge Raad is volgens Blokhuis dat rookruimtes in de horeca per direct zijn verboden. De vraag is echter of meteen na medio oktober 2019 gehandhaafd kan worden en zal worden.

Krachtens het legaliteitsbeginsel moet overheidshandelen gebaseerd zijn op een vooraf aanwezige wettelijke bepaling. Een verklaring voor recht stelt alleen de rechtsverhouding tussen partijen vast. Eventueel opgelegde boetes kunnen waarschijnlijk niet in stand blijven zolang de vrijstelling niet officieel is ingetrokken of daadwerkelijk is vernietigd.

Toen eerder de uitzondering op het rookverbod onverbindend werd verklaard voor kleine cafés, heeft de wetgever deze situatie opgelost middels de Wet van 5 november 2014, houdende verduidelijking van de rookverboden in de Tabakswet, met inbegrip van een algemeen rookverbod in de horeca. Deze wet is inwerking getreden op 1 januari 2015. In de literatuur wordt opgemerkt dat in de periode tussen het arrest van oktober 2014 en januari 2015 geen gevallen van handhaving bekend zijn.

Slotsom

Gelet op het eerder genoemde legaliteitsbeginsel is het waarschijnlijk dat ook nu duidelijk is dat rookruimtes verboden zijn in alle horecagelegenheden, dit verbod pas gehandhaafd gaat worden zodra de vrijstelling officieel is ingetrokken. Zeker is dat echter niet. Wij houden u op de hoogte!

Vragen? Neem contact op met Ellis Cuijpers, e.cuijpers@pharosadvocaten.nl

    Ellis Cuijpers

    In februari 2018 heeft Ellis Cuijpers haar meestertitel behaald aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zij is afgestudeerd in het Burgerlijk recht. Ellis is werkzaam in de algemene vastgoedpraktijk van PHAROS advocaten. e.cuijpers@pharosadvocaten.nl / 035 7110844

    Andere blogs