Corona kort geding vonnis over huur van gedwongen gesloten café: crisis is gebrek en onvoorziene omstandigheid

Download PDF

Stukje bij beetje kristalliseert het uit. De rechtbank Noord-Nederland voegde eergisteren toe (Sigismund- Inbev, ECLI:NL:RBNNE:2020:1979) dat de coronacrisis bij een door de overheid gedwongen sluiting van een café wel degelijk een gebrek is in de zin van artikel 7:204 BW en ook dat dit een onvoorziene omstandigheid is, althans dat het in de rede ligt (uiteindelijk moet een bodemrechter dat beslissen) om de Coronacrisis te kwalificeren als een onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 6:258 BW omdat partijen een dergelijke ingrijpende situatie bij het sluiten van de overeenkomst in het algemeen niet voor ogen zullen hebben gehad en niet in hun overeenkomst zullen hebben verdisconteerd. Mijns inziens kan voor “café” elke horeca-gelegenheid en elke business worden begrepen die gedwongen moest sluiten of nog steeds gedwongen gesloten is.

Verder wordt in dit vonnis de ROZ bepaling uit 1980 (!) dat er moet worden betaald – “zonder enige korting, aftrek of compensatie” – voorlopig buiten spel gezet via de Haviltex formule (wat was de bedoeling van partijen?), maar dat kwam vooral omdat artikel 7:207 BW in 1980 nog niet bestond en latere ROZ-modellen (die nog steeds een vergelijkbare bepaling over “betalingen” bevatten) de aanspraak op huurprijsvermindering in geval van een gebrek in een ander artikel met zoveel woorden uitsluiten (zie art. 11.3 van de ROZ versie 2012 voor winkelruimten, toev. PHAROS). De gedachte is er wel ééntje om in het achterhoofd te houden, namelijk dat partijen mogelijk met die bepaling niet het oog hebben gehad op de situatie die hier speelt: een dergelijk ernstig gebrek dat maakt dat het gehuurde gedurende langere tijd niet volgens de contractuele bestemming kan worden gebruikt. Vooralsnog denk ik dat dit argument dus alleen bij de oude ROZ modellen gebruikt kan worden. In deze zaak betekende het voorgaande dat huurder vooralsnog niet werd veroordeeld om 100% van de huur te betalen.

Wat echt overblijft is het gestelde in de eerste alinea waardoor een klein beetje rechtszekerheid is toegevoegd, al gaat het nog maar om een kort geding. Vooral de overweging over de onvoorziene omstandigheid zal huurders in een vergelijkbare positie in het vervolg helpen, maar dan wel via een bodemprocedure. U weet dat via dit leerstuk een overeenkomst kan worden aangepast of zelfs kan worden ontbonden. Het is wachten op de eerste bodem uitspraak.

Arjen de Bruijn 

+31 (0)35 7110844

    PHAROS advocaten

    Kiezen voor PHAROS advocaten betekent kiezen voor bevlogen advocaten met jarenlange ervaring en expertise. Aan de onderhandelingstafel, als sparringpartner of in de rechtszaal, onze aanpak is persoonlijk en recht op het doel af. info@pharosadvocaten.nl / 035-711 08 44

    Andere blogs - Website - Twitter - Facebook - LinkedIn