Het arrest Fraanje – Alukon over ontbinding van aannemingsovereenkomsten

Download PDF

De Hoge Raad heeft op 11 oktober 2019 een belangrijk arrest gewezen over ontbinding van overeenkomsten van aanneming.

Overeenkomsten kunnen alleen ontbonden worden als de schuldenaar in verzuim verkeert. De hoofdregel in het Burgerlijk Wetboek (artikel 6:82 BW) is dat voor het intreden van verzuim nodig is dat de schuldeiser zijn schuldenaar een ingebrekestelling stuurt: een brief waarin hij de schuldenaar nog een laatste gelegenheid geeft om binnen een bepaalde redelijke termijn zijn verplichtingen na te komen. Voldoet de schuldenaar binnen die termijn nog niet aan zijn verplichtingen, dan verkeert hij in verzuim.

Als uitzondering op deze hoofdregel noemt de wet in artikel 6:83 BW een aantal gevallen, waarin het verzuim intreedt zonder dat een ingebrekestelling verzonden behoeft te worden. Het verzenden van een schriftelijke aanmaning is onder meer niet nodig als uit de mededelingen van de schuldenaar – of juist het uitblijven daarvan – mag worden afgeleid dat hij de overeenkomst niet zal nakomen.

Het recente arrest van de Hoge Raad gaat over bovenstaande regels. Hoe lang moet de termijn zijn die de schuldeiser stelt? En is, als de schuldenaar niet snel op verzoeken van de schuldeiser reageert, een schriftelijke ingebrekestelling nog nodig?

Casus

De zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad betreft een geschil tussen een hoofdaannemer (Fraanje) die een overeenkomst met zijn onderaannemer (Alukon) heeft ontbonden nadat er gedurende een bepaalde periode gecorrespondeerd is over het niet tijdig nakomen door onderaannemer Alukon van zijn verplichtingen en ook over de kwaliteit van het verrichte werk.

Onderaannemer Alukon had van hoofdaannemer Fraanje opdracht gekregen om vliesgevels te leveren en te monteren voor de bouw van een zwembad. Hoofdaannemer Fraanje heeft op enig moment vastgesteld dat onderaannemer Alukon verkeerde vliesgevels had gemonteerd. Fraanje heeft Alukon vervolgens gesommeerd om binnen 5 dagen schriftelijk te verklaren dat hij de gemonteerde vliesgevels zou verwijderen en alsnog binnen 3 weken de juiste vliesgevels zou leveren en monteren. Nadat Alukon binnen de gestelde termijn van 5 dagen niets van zich had horen heeft Fraanje kort na verstrijken van de termijn de onderaannemingsovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en Alukon aansprakelijk gesteld voor de schade. Daarna heeft Alukon zich alsnog bereid verklaard om de vliesgevels te herstellen.

De rechtbank en het hof waren van mening dat Alukon nog niet in verzuim was toen Fraanje tot buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst overging. De termijn van 5 dagen waarbinnen Alukon schriftelijk aan Fraanje moest verklaren dat zij alsnog zou nakomen was toen weliswaar verstreken. Maar pas na het verstrijken van de termijn van 3 weken waarbinnen Alukon alsnog moest nakomen, zou sprake kunnen zijn geweest van verzuim bij Alukon en pas nadien had Fraanje kunnen ontbinden, aldus de rechtbank en het hof.

De Hoge Raad

De Hoge Raad kijkt toch wat genuanceerder naar de zaak. De Hoge Raad overweegt onder meer dat voor de vraag een termijn in een ingebrekestelling redelijk is, ook eerdere aan de schuldenaar gestelde termijnen een rol kunnen spelen. De Hoge raad overweegt onder meer:

“Dat de schuldeiser voorafgaand aan de aanmaning termijnen heeft gesteld of de schuldenaar heeft gesommeerd, kan meebrengen dat de in de aanmaning gestelde termijn korter mag zijn dan wanneer de schuldenaar niet al eerder een termijn was gesteld of gesommeerd. Ook door de schuldenaar zelf gewekte verwachtingen ten aanzien van de termijn van nakoming wegen daarbij mee. De omstandigheden dat die eerdere termijnen geen fataal karakter hadden en dat de eerdere sommaties niet aan de vereisten van een ingebrekestelling voldeden, staan niet eraan in de weg dat zij kunnen leiden tot verkorting van de termijn die de schuldenaar bij een daarop volgende aanmaning moet worden gegeven om na te komen, bij gebreke van welke nakoming de schuldenaar in verzuim komt.”

De Hoge Raad gaat in het arrest ook in op de gevallen, waarin geen ingebrekestelling nodig is om in verzuim te geraken. De Hoge Raad benadrukt dat de wettelijke hoofdregels en uitzonderingen over ingebrekestelling en verzuim niet gezien moeten worden als regels die in alle gevallen strak moeten worden toegepast, maar dat vooral de redelijkheid en billijkheid een belangrijke rol kunnen spelen in de beoordeling van zaken over deze onderwerpen. De Hoge Raad overweegt onder meer dat verzuim ook zonder ingebrekestelling aan de orde kan zijn als de schuldenaar niet reageert op een verzoek van de schuldeiser om binnen een redelijke termijn toe te zeggen dat hij binnen een – eveneens redelijke – termijn alsnog zal nakomen.

De Hoge Raad verwijst de zaak in dit geval terug naar een gerechtshof om antwoord te geven op de vraag of – alle omstandigheden in aanmerking genomen – de aan Alukon gestelde termijn redelijk was.

Bouwpraktijk

In de bouwpraktijk wordt mij regelmatig de vraag gesteld of vertragingen in het werk aanleiding mogen zijn om de aannemingsovereenkomst te ontbinden. Dit arrest geeft een extra houvast bij het vinden van een antwoord op deze vragen. Vanuit het perspectief van de opdrachtgever is het – gelet ook op dit arrest – van groot belang de aannemer voldoende gelegenheid te geven de overeenkomst alsnog naar behoren uit te voeren, alvorens tot ontbinding van die overeenkomst over te gaan. Als de aannemer in een zo vroeg mogelijk stadium duidelijk en schriftelijk is aangesproken op het niet naleven van planningen, dan kan dit van invloed zijn op de termijnen die de aannemer gesteld worden in de laatste ingebrekestelling. Die conclusie is op grond van dit arrest gerechtvaardigd.

Natuurlijk verdient het altijd aanbeveling eerst een deskundig bouwrechtadvocaat in de arm te nemen, voordat een overeenkomst ontbonden wordt. Een ontbinding heeft namelijk verstrekkende gevolgen. Ik sta tot uw beschikking.