Duidelijkheid Hoge Raad over ontvankelijkheid verzoek(er) tot benoeming deskundige (huurprijswijziging)

Download PDF

De wettelijke regeling voor huurprijsherziening bij bedrijfsruimte (zoals winkelruimte) geeft in artikel 7:303 BW de mogelijkheid voor verhuurder of huurder te vorderen dat de huurprijs nader wordt vastgesteld door de rechter. Het betreft een semi-dwingendrechtelijke regeling, waar niet ten nadele van een huurder van kan worden afgeweken tenzij daarvoor goedkeuring is verleend door een rechter.

Een vordering om de huurprijs nader vast te stellen dient volgens de wet te worden vergezeld van een advies van één of meer door partijen gezamenlijk benoemde deskundigen (zie ook onze nieuwsbrief van 7 mei 2013 over de deskundige). Zijn partijen er niet in geslaagd om vrijwillig overeenstemming te bereiken over de benoeming van een deskundige, dan kan de rechter om benoeming van een deskundige worden verzocht (artikel 7:304 BW). Indien een dergelijk verzoek wordt gedaan, dan geldt de dag van dat verzoek als ingangsdatum van een nieuw vast te stellen huurprijs. Degene die belang heeft bij een nieuw vast te stellen huurprijs heeft er dus (ook) belang bij dat een verzoek ex artikel 7:304 BW zo spoedig mogelijk wordt ingediend en in behandeling wordt genomen (ontvankelijkheid). Degene die geen belang bij een nieuw vast te stellen huurprijs heeft, stelt dan ook vaak ter discussie dat partijen er niet in zijn geslaagd om vrijwillig een deskundige te benoemen, teneinde een verzoek aan de rechter ex artikel 7:304 BW niet ontvankelijk te laten verklaren zodat de dag van het indienen van het verzoekschrift niet als ingangsdatum van een nieuw vast te stellen huurprijs geldt, maar een mogelijk latere datum. De Hoge Raad heeft in dat verband zeer recentelijk bij arrest van 4 oktober 2013 de volgende vraag beantwoord: Wannéér zijn partijen er niet in geslaagd gezamenlijk een deskundige te benoemen? De Hoge Raad heeft bepaald dat, wil een verzoek om een deskundige te benoemen ontvankelijk zijn, het noodzakelijk is dat er overleg heeft plaatsgevonden tussen verhuurder en huurder over een te benoemen deskundige. Dit overleg dient vóór het indienen van het verzoek te hebben plaatsgevonden, maar aan dit overleg worden geen hoge eisen gesteld. “Voldoende en ook noodzakelijk is dat serieus en – gelet op het belang van degene in wiens voordeel de mogelijke huurprijswijziging is – zonder onnodige vertraging op een uitnodiging tot overleg of op voorstellen van de andere partijen wordt ingegaan, zowel wat betreft de huurprijswijziging als wat betreft de eventuele benoeming van een deskundige. Worden partijen het daarover niet binnen redelijke tijd eens, of blijft een serieuze reactie (onnodig lang) uit, dan kan geconcludeerd worden dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt als bedoeld in art. 7:304 lid 2 BW.”, aldus de Hoge Raad.